Video in het onderwijs is geen doel op zich

Steeds meer HU-docenten gebruiken audiovisuele leerbronnen. Maar audiovisueel betekent niet per definitie effectief. Bij elke inzet van video in het onderwijs is het belangrijk dat de docent nadenkt over de didactische kwaliteit van het materiaal. Er is inmiddels aardig wat onderzoek gedaan naar de effectiviteit van video’s in het onderwijs.

Daarbij worden bijvoorbeeld inzichten uit de cognitieve wetenschap gebruikt. Belangrijke uitgangspunten van de cognitieve multimediatheorie van Mayer zijn:

  • Meervoudige representatie: studenten leren beter van gesproken tekst in combinatie met afbeeldingen (auditieve én visuele informatie) dan van visuele of auditieve informatie alleen.
  • Ruimtelijke nabijheid: plaats tekst en beeld dat over hetzelfde gaat zo dicht mogelijk bij elkaar.
  • Contiguïteit: studenten leren beter wanneer woorden en beelden die over hetzelfde gaan op hetzelfde moment worden genoemd of weergegeven.
  • Coherentie: studenten leren beter wanneer er zo min mogelijk afleidende en overbodige informatie wordt toegevoegd.
  • Modaliteit: gebruik liever gesproken tekst dan geschreven tekst.
  • Redundantie: als informatie visueel wordt gerepresenteerd werkt het goed om daar gesproken tekst aan toe te voegen. Het toevoegen van geschreven tekst aan plaatjes of animaties maakt het lastiger om het geleerde goed te verwerken.
  • Segmentatie: splits informatie op in logische delen. Dit werkt met name goed als studenten zelf de delen kunnen kiezen. Door de ingebouwd pauzes wordt overbelasting van het werkgeheugen voorkomen.

Vuistregel bij de didactische effectiviteit van video: less is more. Je kunt de neiging hebben een video op te leuken met audio, teksten, overgangen of effecten. Dit leidt echter alleen maar af van de boodschap.

Bron: 4W Magazine, Kennisnet, Zoetermeer, Jaargang 2, nummer 4 – december 2013, p. 21

Als je video inzet om de lesstof aan studenten over te brengen, is het interessant om aan de slag te gaan met tools die je video interactiever maken. Video is een zeer passief medium, waarbij het helpt als kijkers geactiveerd worden iets te doen met wat ze zien en horen. Maar pas op: het uiteenzetten van kennis in een video alleen kan een averechts effect hebben:

Een voorbeeld van een van zijn video’s waarin hij dit gegeven gebruikt:

Cognitieproces

Los van dergelijke misconcepten is het voor video belangrijk om vooraf duidelijk te maken welk cognitieproces aangesproken wordt (‘Ik ga in deze video opsommen/uitleggen hoe/a met b vergelijken/etc.’) en daarbij de stof overeenkomstig te presenteren. Let hierbij op dat je niet alleen het onderwerp benoemt, maar ook wat de kijker hiermee moet doen. Gaat het om een opsomming, een historisch overzicht, oorzaak-gevolg? (Zie Mayer, R.E. (2005). Active Processing Assumption, pp 36-37)

Maar ik wil liever niet in beeld!

Benieuwd naar het effect van de aanwezigheid van jou als docent in beeld? Lees hier over de voor- en nadelen.

En voor je het weet ben je een Youtube-ster:

Verder lezen

Leraar 24: Video gebruiken in de les: zo doe je het goed

TU Delft: Self Study material Effective Use of Video in Blended and Online Education

Hoofdstuk 2 van dit 4W Magazine.