Hieronder volgt een aantal belangrijke basisprincipes zoals die in de filmindustrie gelden. Voorkom veelgemaakte fouten met deze tips van onze stagiairs.

Audio

Het allerbelangrijkste is kwalitatief goede audio. Slecht beeld accepteert de kijker nog wel. Sterker nog: die is hier inmiddels aardig aan gewend met de opkomst van Youtube en schokkerige telefoonbeelden. Onverstaanbare audio accepteren we echter niet. Zorg er dus voor dat je over een redelijke microfoon beschikt. Stelregels: hoe dichter de microfoon bij de geluidsbron, hoe beter. Hoe stiller de ruimte, hoe beter. Hanteer voor handycams, zoals te leen bij de HU, een afstand van maximaal 1,5 meter tot de geluidsbron. Doe altijd vooraf een test en luister terug: is de audio goed verstaanbaar? Let ook op de akoestiek van de ruimte. Te veel galm? Film dan liefst ergens anders. Aan slechte audio kun je achteraf niets meer verbeteren.

Typen shots

Bedenk voor je gaat filmen voor elk shot hoe je deze het beste kunt maken. Wat moet de kijker zien? Visualiseer je concept voordat je gaat filmen. Maak voor overzichten een wide shot, en voor details een (extreme) close up.

Interviews film je doorgaans met een medium close up. Ook is het bij interviews gebruikelijk enkele tussenshots (cut-ins of cut-aways) te maken, bijvoorbeeld van de handen van de geïnterviewde, die je in de montage kunt gebruiken. Dit kun je prima doen als het interview klaar is.

Regel van derden

Verdeel je beeld in gedachten horizontaal en verticaal in drieën en plaats belangrijke onderdelen van je beeld op een van de vier kruispunten. Je oog scant deze vier punten automatisch. Plaats de horizon liever niet in het midden, maar op een van de horizontale lijnen. Zorg in elk geval dat je horizon recht door het beeld loopt. De meeste camera’s hebben een optie om deze hulplijnen zichtbaar te maken op het cameraschermpje. Sommige statieven hebben een waterpas.

Interview

Plaats de geïnterviewde dus op de rechter of linker verticale lijn. Zorg er vervolgens voor dat de geïnterviewde kruislings door het beeld kijkt. Voorbeeld: staat de geïnterviewde rechts in beeld? Dan kijkt hij/zij dus naar links, door het beeld heen, en vice versa. De interviewer staat altijd naast de camera, op zo’n manier dat de geïnterviewde hem/haar kan aankijken.

Perspectief

Film altijd op ooghoogte, tenzij je een bepaald effect wilt realiseren. Ook objecten kun je het beste op ooghoogte filmen. Naast ooghoogte kun je van boven (vogelperspectief) of onder (kikvorsperspectief) filmen.

Ooghoogte
Vogelperspectief

Zoom

Over zoomen kunnen we kort zijn: niet doen! Tenzij je een goede zoomlens hebt en een statief gebruikt: bewegingen van de camera worden bij zoomen enorm uitvergroot. Gebruik zeker geen zoom als je met je telefoon filmt. Telefoons hebben geen zoomlens, dus zoomen gebeurt altijd digitaal. Dit gaat ten koste van de beeldkwaliteit. Ga voor close-ups gewoon zelf dichterbij je onderwerp staan.

Belichting

Video is licht. Zorg ervoor dat je onderwerp voldoende belicht is en dat er binnen je filmkader geen grote verschillen in belichting zijn. Film ook nooit tegen een raam in, vanwege het tegenlicht dat dit veroorzaakt. De camera registreert dan te veel licht, waardoor de lensopening dicht gaat en het onderwerp te donker wordt.